Peter May author of The Lewis
                Trilogy
Peter May
                author of the Lewis Trilogy
Peter May author of The
                Lewis Trilogy
homepage
latest news
reviews
videos about
contact
French site  Spanish page  Dutch
                          pages
The Lewis Trilogy
The China Thrillers
The Enzo Files
Other writing
Miscellany
Site Map

Nederlandse Pagina's

Peter May, die op eenentwintigjarige leeftijd reeds de Scottish Young Journalist of the Year Award won, wijdde zijn talenten vooral aan het televisiedrama. Zijn naam verscheen ruim duizend keer op de aftiteling. Voor de BBC creëerde hij drie belangrijke series: The Standard, Squadron en Machair.

Tegenwoordig combineert May zijn talent voor verhalen vertellen met gedegen research. Hij is erelid van de Chinese Crime Writers’ Association en kan voor zijn onderzoek ongehinderd bij de Chinese politie terecht, wat zonder precedent is. Zijn China Thrillers worden vanwege de fascinerende karakters, ingenieuze plots, en de wetenschappelijke en medische details hooglijk geprezen.

Over Stina de Graaf de vertaler van de "China Thrillers" en de "Lewis Trilogy"

"China Thrillers"

  1. De Vuurmaker
  2. Het Vierde Offer
  3. De Moordkamer
  4. De Slangenkop
  5. De Rivaal
  6. De Seriemoordenaar

"Lewis trilogy"

  1. The blackhouse / druk 1: het eiland van de vogeldoders



The blackhouse / druk 1: het eiland van de vogeldoders

Een macabere moord. Op het Schotse eiland Lewis wordt een moord gepleegd, vrijwel identiek aan een moord eerder dat jaar in de Schotse hoofdstad. De Edinburghse rechercheur Fin Macleod is op Lewis geboren en opgegroeid, de reden waarom hij naar het eiland is gestuurd om te proberen beide zaken op te lossen. Het wordt een reis terug naar huis, maar ook een reis naar zijn verleden. Tijdens het onderzoek ontmoet hij oude bekenden - allemaal met geheimen en verhalen. Een vreselijke waarheid komt er aan het licht. De jager blijkt prooi te zijn. Op de rots An Sgeir, zeventig kilometer uit de kust, komt het tot een climax. Al sinds mensenheugenis vaart elk jaar tijdens het broedseizoen een groepje mannen van Lewis naar An Sgeir om 2000 jonge jan-van-genten van het nest te plukken en te doden. Daar op de grimmige rots komt het tot een dramatische ontknoping.




De Vuurmaker

Korte

De Proloog beschrijft het begin van een nieuwe dag in het moderne Peking. Twee kleine meisjes zijn met hun kinderoppas in het park. Ze rennen over de paden, vallen van de ene verbazing in de andere, en vinden plots een brandend lichaam. Diezelfde dag worden er nog twee lichamen gevonden, arriveert Margaret Campbell op het vliegveld van Peking en krijgt rechercheur Li Yan zijn felbegeerde baan.

Margaret is patholoog-anatoom in Chicago en heeft een mislukte relatie achter de rug. Li Yan werkt bij Sectie Een van de gemeentepolitie van Peking. Zijn werk is zijn leven. Er volgt een onverwachte, maar ook onaangename ontmoeting tussen hen beiden als Margaret op weg is naar de universiteit, waar ze zes weken college gaat geven, en Li Yan naar het belangrijkste sollicitatiegesprek in zijn carrière. Tot zijn verbijstering wordt hij door zijn superieuren gedwongen Margarets hulp in de zaak van het verbrande lichaam en de twee andere moorden aan te nemen. De samenwerking verloopt alles behalve soepel.

Het boek volgt, dag voor dag, een angstig realistisch plot. Hoewel de samenwerking tussen de twee vaak te wensen over laat, vordert het onderzoek gestaag en brengen ze langzaam maar zeker de gruwelijke waarheid aan het licht. Dit alles in een prachtige Chinese setting met veel aandacht voor detail.


passage

Verderop, voorbij een paar oudere appartementencomplexen die er in de verste verte niet Europees uitzagen, sloegen ze weer links af en reden ze de Dong Jiaominxianglaan in, een smallere straat waar het licht bijna totaal door overhangende bomen tegengehouden werd. Enkele fietsenmakers hadden op de stoep hun zaak opgezet en profiteerden zo optimaal van de schaduw. De straat was vol auto's en fietsen. Aan hun rechterkant was een poort, die leidde naar een enorm groot, modern wit gebouw. Dat stond boven aan een bordes dat door twee leeuwen bewaakt werd. Hoog boven de ingang hing een reusachtig roodgouden wapen.
'China Hooggerechtshof,' zei Lily, en Margaret had nauwelijks tijd om te kijken voor de auto links afsloeg en plotseling met piepende remmen stopte. Ze hoorde een bons en gekletter. Hun chauffeur gooide haar armen in de lucht, haar adem stokte vol ongeloof, en ze sprong de auto uit.
Margaret rekte zich uit om te zien wat er aan de hand was. Ze reden net onder een poort door een terrein op met verspreid staande gebouwen en waren tegen een fiets gebotst. Margaret hoorde de schelle stem van hun chauffeur die de fietser een fikse uitbrander gaf. Deze krabbelde overeind en was zo op het oog ongedeerd. Toen hij stond, zag ze dat het een politieman was van begin dertig. Zijn netjes geperste uniform zag er verkreukeld en stoffig uit. Hij had een lelijke schaafwond op zijn elleboog en er liep wat bloed langs zijn onderarm naar beneden. Hij richtte zich in zijn volle lengte op en keek de kleine chauffeur boos aan, die plotseling ophield met schreeuwen en verschrompelde onder zijn blik. Bedeesd bukte ze zich om zijn pet op te rapen en bood die als een vredesoffer aan. Hij griste die uit haar hand, maar vrede was wel het laatste waar hij aan dacht. Hij liet een hele reeks scheldwoorden, scheen het Margaret toe, op het straatkind neerdalen, dat steeds verder ineenkromp. Lily, die voorin zat, uitte een vreemd knorrend geluid en klom snel de auto uit. Ook Margaret vond het tijd worden om zich ermee te bemoeien en deed het achterportier open.
Terwijl ze uitstapte, raapte Lily de fiets op en maakte verontschuldigende geluiden. De politieman leek nu zijn woede op haar te richten. Hij spuwde meer gal. Margaret kwam dichterbij. 'Wat is hier het probleem, Lily? Heeft deze man iets tegen vrouwelijke chauffeurs?' Ze vielen alledrie stil en keken haar verbaasd aan.
De jonge politieman bekeek haar met een koude blik. 'Amerikaans?'
'Inderdaad.'
En in perfect Engels: 'Waarom bemoei je je dan niet met je eigen zaken?' Hij trilde bijna van woede. 'Je zat achterin en kon onmogelijk gezien hebben wat er gebeurde.'
Ergens diep vanbinnen voelde Margaret hoe haar opvliegende Keltische temperament zich begon te roeren. 'O ja? Nou, als je misschien niet zo naar mij op de achterbank had gekeken, zou je gezien hebben waar je naartoe ging.'
Lily was ontzet. 'Maar doctol Cambo!'
De jonge politieman stond Margaret een ogenblik kwaad aan te kijken. Toen rukte hij zijn fiets uit Lily's handen, veegde het stof van zijn pet en zette die weer stevig op zijn kortgeknipte haar, voor hij zich omdraaide en met zijn fiets aan de hand wegliep in de richting van een Europees uitziend, roodbakstenen gebouw dat net binnen de omheining lag.
Lily schudde haar hoofd, ze was duidelijk verontrust. 'Dat is vreselijk om te zeggen, doctol Cambo.'
'Wat?' Margaret snapte er niets van.
'Door jou hij verliest mianzi.'
'Verliest hij wat?'
'Gezicht. Door jou hij verliest gezicht.'
Margaret kon dat nauwelijks geloven. 'Gezicht?'
'Chinezen hebben probleem met gezicht.'
'Met zo'n gezicht verbaast dat me niets! En hoe zit het met jou? Jouw mianzi? Je hoefde daar niet zo te staan en dat allemaal maar te nemen. Ik bedoel, hemeltjelief, je bent hoger in rang!'
'Hoger in rang?' Lily keek stomverbaasd. 'Nee.'
'Nou, hij had maar twee sterren' Ze klopte op haar schouder. ' en jij hebt er drie.'
Lily schudde haar hoofd. 'Drie ster, één streep. Hij heeft dríe streep. Dat was inspecteur Li, hoofdrechercheur van Sectie Eén, Peking, gemeentepolitie.'
Margaret was onthutst. 'Een rechercheur? In uniform?'
'Uniform niet gewoon.' Lily zag er erg somber uit. 'Hij moet op weg naar hee-el belangrijke vergadering zijn.'




Het Vierde Offer


korte

De Amerikaanse patholoog-anatoom Margaret Campbell is na haar avontuur in De Vuurmaker nog steeds in Peking. Ze heeft juist besloten om naar huis terug te keren. Maar dan wordt het vierde slachtoffer gevonden van wat wel eens de eerste seriemoordenaar van China zou kunnen zijn.

De handen van elk van de vier slachtoffers waren op de rug gebonden, en ze hadden alle vier een wit bordje om hun nek met daarop in rode inkt een bijnaam en een getal. Voorts waren ze alle vier verdoofd en met een zwaard onthoofd. De eerste drie waren Chinezen, de laatste echter was een Amerikaanse diplomaat. Deze brengt Margaret en Li Yan weer samen. Het vuur brandt nog steeds tussen hen, maar Li Yan heeft onder dwang van zijn superieuren niet voor haar maar voor zijn baan gekozen, en ze zijn voor de duur van het onderzoek wederom tot elkaar veroordeeld. Dit maakt de samenwerking op zijn minst ongemakkelijk.

Margaret heeft ondertussen een bewonderaar, de charismatische Amerikaanse televisie-archeoloog Michael Zimmerman, terwijl Li Yan ernstige problemen in de familiesfeer heeft. Maar ondanks alles slagen ze er ten slotte toch in alle mysteries te ontrafelen, wat ze zelf echter in groot gevaar brengt.

Prachtig en gruwelijk een schitterend China, een tragische terugblik op China's recente verleden, een luguber plot.


passage

Belangstellend liet ze haar blik door de theesalon dwalen. De oude vent met het honkbalpetje had nog steeds het eerste honk niet bereikt met het jonge Chinese meisje. Vlak vooraan zat een jongeman, geboeid hield hij zijn blik op de band terwijl zijn hoofd ritmisch op en neer bewoog op de maat van de muziek. Hij was gebiologeerd. Zijn aantrekkelijke vriendin, genegerd door haar minnaar, hield zichzelf wakker met het doelloos scheppen van de prachtigste origamiwezens uit één enkel vierkant zakdoekje. Margaret keek geïntrigeerd toe hoe het meisje een pauw met een uitgewaaierde staart en geheven kop toverde, een ingewikkelde en minutieuze reeks vouwen in het zakdoekje. Toen ze klaar was, gaf ze haar vriend, op zoek naar zijn waardering, een por. Hij wierp snel een blik op haar creatie, knikte met een half lachje en richtte zijn aandacht vervolgens weer op de muziek. Het meisje haalde de schouders op en met één enkele beweging maakte ze al haar werk weer ongedaan en begon aan iets anders.
Er brak enthousiast applaus los toen het nummer afgelopen was. De toetsenist sprak enige ogenblikken in het Chinees en Margaret merkte dat er hoofden hun kant op begonnen te draaien. Michael bloosde. Toen ging de toetsenist over in het Engels. 'En voor diegenen die geen Chinees spreken,' zei hij, 'vanavond hebben we een zekere meneer Michael Zimmerman onder ons.' Hij gebaarde met een hand in Michaels richting en meer mensen keken, en hier en daar klonk applaus. 'Welnu, mochten jullie hem al kennen, de meeste van jullie hebben hem waarschijnlijk op tv gezien. Hij doet die populaire, historische documentaires. Maar weinigen zullen weten dat Michaels ware talent de altsax is.'
Michael draaide zich half naar haar om. 'Dit is gênant.'
'Ik wist niet dat je speelde,' zei Margaret, plotseling geïntrigeerd door deze nieuwe en onverwachte kant. En toen besefte ze dat ze eigenlijk helemaal niets van hem af wist.
'Dus, Michael, zou je hiernaartoe willen komen en een nummer met ons willen spelen? Groot applaus allemaal voor Michael Zimmerman.'
De ogen van de hele theesalon waren op hun tafel gericht. 'Jezus,' fluisterde Michael zacht, maar hij deed geen poging om op te staan.
'Toe maar,' zei Margaret, en ze stootte hem aan. En ze stond op en begon te klappen. 'Ik wil je horen spelen.'
Hij zat in de val. Hij schudde zijn hoofd, stond schoorvoetend op en liep naar voren om zich bij de band te voegen. Margaret keek toe en op een vreemde, onverklaarbare manier voelde ze zich gloeien van trots. Ze waren samen, en ze merkte dat mensen naar haar keken en zich afvroegen wie ze was. Michael zette zijn eigen mondstuk op een altsax die de Chinese saxofonist uit een koffer achter hen op de vloer haalde.
Ze overlegden even kort, waarna de drummer het tempo voor hen aangaf van een langzaam, dromerig nummer, perfect voor een honingzoete saxsolo. De elektrische piano werkte rond een eenvoudig, terugkerend thema, de bassist schoof zijn vingers langs de fretloze hals omhoog en omlaag, al duwend en trekkend aan de snaren, het leidmotief volgend. Michael stond met zijn ogen dicht, zwaaide licht heen en weer terwijl hij de muziek over zich heen liet spoelen, voor hij de sax naar zijn mond bracht, en fluwelig en satijnzacht een romige, lage solo ademde die het vertrek door klom en daalde.
Margaret voelde hoe het haar in haar nek en op haar hoofd overeind ging staan, en ze kreeg kippenvel op haar dijen. Ze had nooit veel tijd voor muziek gehad, maar soms greep iets haar aan. En dat was nu het geval. Deze muziek had een diepe, doordringende seksualiteit, deels veroorzaakt door het feit dat dit de man was met wie ze was, maar ook omdat dit talent was, rauw en echt en bijna grijpbaar. Ze zag zijn bezieldheid, terwijl zijn vingers razendsnel over de toetsen van zijn sax gleden, en zijn solo naar een climax rees, als een vrouw naar een orgasme. En toen het nummer afgelopen was en hij achteruitstapte terwijl het zweet in straaltjes van zijn gezicht liep, barstte er een spontaan applaus los. Zelf het origamimeisje had haar zakdoekje in de steek gelaten en klapte met een onvermoed enthousiasme.
Margarets handen brandden toen Michael naar hun tafeltje terugliep om zich weer bij haar te voegen. Hij ging zitten en veegde met het zakdoekje dat het origamimeisje hem in het voorbijgaan aangeboden had, het zweet van zijn gezicht. Tot zeer grote ergernis van haar vriendje keek ze nog steeds naar hem, met een seksuele, verslindende blik in haar ogen. Margaret zag het ook.
'Het spijt me,' zei Michael, en hij leek oprecht beschaamd.
'En ik neem aan dat je altijd je mondstuk bij je hebt,' zei ze. 'Voor het geval dat.'
Hij grijnsde. 'Altijd.'
En Margaret besloot op dat moment dat ze zijn aanbod om morgen naar de set te komen, toch maar zou aannemen.





De Moordkamer

korte

Eindelijk is Margaret dan toch naar Amerika vertrokken. Haar vader is plotseling overleden en ze komt thuis voor de begrafenis. Ondertussen worden op een bouwterrein in Shanghai de in stukken gesneden lichamen van maar liefst achttien vrouwen gevonden. Eerder dat jaar is in Peking het lichaam van een vrouw gevonden dat op eenzelfde manier verminkt was. Deze misdaad is nog steeds onopgelost en Li Yan gaat naar Shanghai om uit te zoeken of er verband tussen de moorden bestaat.

Na een eerste bezoek aan het massagraf beseft Li Yan al snel dat de patholoog‑anatoom een cruciale rol zal spelen bij het oplossen van deze afschuwelijke misdaden. Uiteraard denkt hij onmiddellijk aan Margaret en hij vraagt haar terug te komen om de lijkschouwingen te verrichten. Aangezien Margarets relatie met haar moeder niet echt goed te noemen is en ze zich ook niet meer thuis voelt in Chicago, grijpt ze deze kans - terug naar China, terug naar Li Yan - met beide handen aan.

Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Shanghai blijkt het allemaal niet zo soepel te lopen als ze gedacht had… niemand om haar af te halen. Als ze eindelijk op het hoofdbureau van de politie gearriveerd is, wordt meteen duidelijk dat Mei‑Ling - Li’s evenknie in Shanghai - haar zinnen op Li gezet heeft. Er heerst onmiddellijk vijandigheid tussen de twee vrouwen, wat het onderzoek bemoeilijkt omdat de drie moeten samenwerken.

Uit de lijkschouwingen blijkt dat al eerder sectie op de lichamen verricht is, maar dan terwijl de slachtoffers nog leefden! Er is maar één conclusie mogelijk, de vrouwen zijn allemaal vermoord door een ervaren chirurg. Langzaam maar zeker ontvouwt zich het gruwelijke plot, waarbij gaandeweg duidelijk wordt dat ze met een meedogenloze wrede moordenaar te maken hebben...

Wederom een angstaanjagend realistisch plot, nu met Shanghai als setting, vol prachtige details waarmee het leven in die stad geschilderd wordt.


passage

Ze volgde zijn blik en grijnsde. ‘O, dat? Dat is de Pearl‑televisietoren in Pudong, aan de overkant van de rivier.’ Ze keek hem aan. ‘Wist je dat Shanghai voor de Tweede Wereldoorlog bekendstond als het Parijs van het Oosten? De brave burgers van de stad vinden het leuk om te denken dat ze nu hun eigen Eiffeltoren hebben.’
    ‘Hij is beslist net zo lelijk,’ zei Li. Maar de toren verdween uit het zicht toen de weg naar beneden en ondergronds ging, naar de tunnel die hen onder de rivier de Huangpu door zou voeren. Hij zei: ‘Hoe zit het met de lichamen die vanmorgen gevonden zijn? Klonk mijn beschrijving bekend?’
    Ze knikte. ‘Erg bekend. Maar ik laat je eerst zelf kijken en daarna kun je kennismaken met mijn baas.’
    ‘Hoe zit het met die Amerikaan? De man die in de kuil gevallen is? Niemand heeft me verteld wat er met hem gebeurd is.’
    ‘O,’ zei ze nonchalant, ‘ze hebben hem er levend en wel uitgehaald. Daarna begaven zijn ledematen het.’
    Ze wierp hem een blik toe. Er was een moment van onzekerheid voor de lucht in een reeks kleine explosies aan haar lippen ontsnapte en ze in lachen uitbarstte, die vreemde, aanstekelijke, hinnikende lach, en hij merkte dat ook hij begon te lachen. Humor, hoe zwart ook, was de enige verdediging die ze hadden tegen de zieke wereld waarin ze zich bewogen.

Hun Santana gleed door de brede, lege straten van Pudongs financiële district Lujiazui. In de somberte van de namiddag weerkaatste het licht van de straatverlichting in de natte stoepen. Overal om hen heen verrezen in de steeds donkerder wordende hemel gebouwen van dertig verdiepingen, maar slechts hier en daar brandde licht achter de ramen. De investering in bouwwerken had de vraag nu ingehaald. Aan de overkant van de rivier was het verkeer op de Bund tot stilstand gekomen, een brede boulevard langs het water met een kenmerkende gebogen lijn en voorname, in Europese stijl opgetrokken gebouwen van natuursteen, met koepels en spitsen en klokkentorens. Zo op het oog zouden ze in Parijs of in Londen kunnen staan. Vanaf de rivier zelf kwam het droevige hoornsignaal van vaartuigen die in de nevel hun misthoorn lieten horen.
    Rechts van hen, door open hekken in zalmkleurige muren, schenen schijnwerpers op hoge standers achter stukken doorschijnend plastic, die de indruk gaven mee te ademen met de koude wind die vanaf het water blies. Onduidelijke gedaantes in het wit liepen als spoken onder hen rond, terwijl ze onverdroten in de ijzig koude, vloeibare modder naar meer lichaamsdelen zochten. Bij de hekken stonden gewapende bewakers en kriskras op de straat ervoor stonden meer dan twintig politieauto’s en auto’s van de technische recherche.
    ‘Dat is het bouwterrein,’ zei Mei‑Ling. ‘We hebben de parkeergarage in de kelder van het kantoorgebouw daarginder gevorderd.’ Ze knikte naar een hoge, donkere torenflat aan de overkant van de straat. ‘Die staat leeg. De pathologen‑anatomen leggen daar de lichamen neer, tot we zeker weten dat we alle stukken gevonden hebben.’ Ze sloeg links af, door een opening in de middenberm, stak de andere rijbaan over en reed de oprit van een ondergrondse parkeergarage op, waar ze de auto achter een stel andere voertuigen parkeerde. Li herkende het karakteristieke hu‑karakter, dat ‘Shanghai’ betekende, gevolgd door de letter ‘O’, dat aan het kenteken van alle onopvallende politieauto’s voorafging.
Een geüniformeerde politieman hield hen staande. Mei‑Ling stak haar kastanjebruine politiekaart van Openbare Veiligheid omhoog en Li volgde haar tussen de zuilen door naar een plek die hel verlicht werd door provisorische lampen. De sterkte van het licht creëerde een gevoel van onwerkelijkheid rond het schouwspel dat hen begroette. Op slechts een meter van elkaar stonden meer dan twintig schragentafels bedekt met wit papier tegen een grauwgrijze betonnen muur. Op sommige lagen de lichaamsdelen in de plastic zak waarin ze binnengebracht waren. Andere waren uit de zak gehaald en neergelegd in een bizarre parodie op het menselijk lichaam dat ze eens geweest waren. Armen en benen naast de romp en het hoofd, een gruwelijke legpuzzel van menselijke stukken. De meeste lichaamsdelen waren nog steeds onherkenbaar, behalve waar assistenten in witte plastic pakken ze voorzichtig schoon aan het spoelen waren, zodat het rottende, rimpelige vlees van handen en voeten, knieën en ellebogen, borsten en buiken zichtbaar werd. Alleen aan de stank was duidelijk wat er werkelijk gaande was. De zoete, weeïge geur van ontbindend mensenvlees die deze ondergrondse gruwelkamer vulde. Li moest bijna kokhalzen. Hij deed een vastberaden poging om door zijn mond te ademen. Hij keek snel naar Mei‑Ling, maar het leek haar niet te deren.




De Slangenkop

korte

Margaret heeft definitief besloten een punt achter haar relatie met Li te zetten en woont weer in Amerika. Ze is hoofdlijkschouwer van Harris County en geeft college aan de Sam Houston State University in Houston.

In een halfslachtige poging dichter bij Margaret te zijn, heeft Li Yan zijn baan als plaatsvervangend sectiehoofd van Pekings centrale recherche opgezegd. Hij werkt nu in Washington DC, als liaison-officier aan de Chinese ambassade.

Als er in Texas een vrachtwagen vol Chinese illegale immigranten gevonden wordt, ontmoeten Margaret en Li Yan elkaar uit hoofde van hun werk weer en zijn ze wederom gedwongen met elkaar samen te werken. Samen gaan ze op jacht naar de Slangenkop, de leider van de smokkelbende die de illegale Chinezen het land binnenbracht. En als in de loop van het onderzoek blijkt dat de gestorven Chinezen dragers geworden zijn van een dodelijk virus, wordt duidelijk dat de toekomst van de mensheid gevaar loopt en dat de tijd dringt…

Hoewel het verhaal deze keer in Amerika speelt, blijft het Chinese element als een rode draad door het boek lopen, omdat het verhaal zich deels afspeelt in Houstons Chinatown. Maar ook het Amerikaanse element is uiteraard, in al zijn veelvormigheid, prachtig beschreven.

Wederom een angstig, realistisch plot. Een boek met veel vaart!

passage

Li werd door Fuller afgehaald van het vliegveld Houston Hobby. Het was voor het eerst dat hij de FBI-agent ontmoette, hoewel ze elkaar over de telefoon gesproken hadden. En hij was voor het eerst in Texas, alhoewel hij al bijna een jaar in de Verenigde Staten was. In de aankomsthal gaven ze elkaar hartelijk een hand en samen gingen ze naar buiten naar de parkeerplaats voor kort parkeren, waar Fuller zijn Chrysler-jeep achtergelaten had.
    ‘Li Yan,’ zei hij, alsof hij de naam proefde. ‘Ik heb gehoord dat jullie achternaam eerst komt.’
    ‘Dat klopt,’ zei Li.
    ‘Dus dan zou je... eh... meneer Li of agent Li zijn, of zo?’
    ‘Gewoon “Li” is prima.’
    ‘Oké. Maar als ik je bij je voornaam wil noemen, zeg ik dan Yan?’
    ‘Als je familiair wilt zijn,’ zei Li, ‘dan zou je me Li Yan noemen.’
    ‘O, juist.’ Fuller keek hem aan. ‘Je Engels is behoorlijk goed.’
    Li wist niet meer hoe vaak dat tegen hem gezegd was, alsof het zo uitzonderlijk was dat een Chinees net zo goed Engels kon spreken als een Amerikaan. Maar het was zijn werk de betrekkingen tussen Amerikaanse en Chinese opsporingsinstanties te bevorderen en daarom bleef hij beleefd. ‘Mijn oom heeft het me geleerd toen ik klein was,’ zei hij. ‘En daarna was ik voor de overdracht een tijd bij de Britse politie in Hongkong. Ik ben ook een tijdje in Chicago geweest, waar ik enkele interessante, nieuwe woorden geleerd heb.’
    ‘Zoals?’ vroeg Fuller.
    ‘Zoals motherfucker en shithead.’
    ‘Hé!’ lachte Fuller. ‘Je klinkt bijna als een autochtoon.’
    Li had langgeleden geleerd dat mensen het leuk vonden als je in hun taal kon vloeken.
    Via een netwerk van wegen die door een woud van reclameborden voerden, kwam Fuller op Highway 45, waar ze afsloegen naar het zuiden voor de korte rit naar het vliegveld Ellington. ‘Zo...,’ zei hij, ‘liaison-officier. Wat houdt dat precies in?’
    ‘Precies wat het zegt,’ zei Li. ‘Ik sla een brug tussen de strafrechtorganisaties van onze beide landen. Bij elk lopend Amerikaans onderzoek met mogelijke Chinese betrokkenheid, ben ik beschikbaar om te helpen. Drugs, mensensmokkel, computerfraude, dat soort zaken.’
    ‘Vermoedelijk,’ zei Fuller, ‘heb je je handen waarschijnlijk alleen al vol aan het bijhouden van het aantal opsporingsinstanties dat we hier in de Verenigde Staten hebben.’
    Li veroorloofde zich flauwtjes te glimlachen. ‘Als ik met hooggeplaatste Chinese politieambtenaren naar de Verenigde Staten ga om hooggeplaatste Amerikaanse politieambtenaren te ontmoeten, zijn de Chinezen in de minderheid met ongeveer tien tegen één. De Chinezen begrijpen maar niet waarom jullie zoveel instanties nodig hebben: het ministerie van Justitie, de FBI, de INS, het DEA, de geheime dienst, het NSA... Als jullie naar mijn land komen, kunnen jullie voor alles in één winkel terecht.’
    Fuller schoot in de lach. ‘Leuk gevoel voor humor heb je, Li.’
    Li zei met een effen gezicht: ‘Was ik grappig dan?’ Hij wist wel dat hij dat was, maar Fuller begon nu te twijfelen. Daarom veranderde hij van onderwerp.
    ‘Je weet wat hier in Houston gaande is?’
    ‘Er zijn 98 dode Chinezen in een vrachtwagen gevonden. Bijna zeker renshe, illegale immigranten. De lijkschouwingen beginnen vandaag.’
    ‘Ren... wat? Hoe noem je ze?’
    ‘Renshe. Menselijke slangen. Zo noemen we gesmokkelde Chinezen, vanwege hun vermogen langs scherpe grenscontroles te glibberen.’
    De FBI-man knikte. ‘Juist.’ Hij zweeg even. ‘Het punt is, Li, dit begint gênant te worden.’ Fuller wierp hem een behoedzame blik toe. ‘Het is niet mijn werk in te gaan op de politiek van dit alles, maar in Washington zijn ze niet blij met het aantal incidenten waarbij Chinese illegalen – renshe – dood aangetroffen worden op boten in Amerikaanse wateren en in vrachtwagens op Amerikaanse bodem. Het aantal blijft maar toenemen sinds bijna tien jaar geleden al die mensen stierven, toen het Gouden Avontuur voor New York zonk. Jullie werden verondersteld er iets aan te doen. Maar de aantallen blijven alleen maar toenemen.’
    ‘Er wordt in China een geweldige campagne tegen illegale immigratie gevoerd,’ zei Li zonder een spoor van verdediging. ‘Zodra we de kleine slangenkoppen arresteren, nemen andere hun plaats in. Het zijn de grote slangenkoppen, degenen die de transporten financieren, die we moeten grijpen. Zoals Grote Zuster Ping in New York. Je kunt de slang niet doden zonder eerst de kop er af te hakken.’
    ‘En hoe zouden we dat volgens jou moeten doen?’
    ‘De meeste Chinese immigranten komen tegenwoordig via Mexico Amerika binnen,’ zei Li. ‘Houston is het centrum. Van daaruit verspreiden ze zich over de rest van het land. Aangezien we de geldstroom vanuit New York afgesneden hebben, kunnen we wel veronderstellen dat de operatie nu van hieruit gefinancierd wordt.’
    ‘Daar veronderstel je nogal wat.’
    ‘Het is een begin,’ zei Li.
    Aan weerszijden van de snelweg stond een woud van eenpalige reclameborden, waarop voor van alles en nog wat geadverteerd werd, van 18+-films en massagehuizen tot tweedehands auto’s en ijs. Boven uitgestrekte bedrijven voor tweedehands auto’s wapperden massa’s kleine vlaggetjes en in wat houten hutten leken, verkochten initiatiefrijke mensen gereedschap. Ze verlieten de snelweg en sloegen af naar het oosten. De opkomende zon scheen nu pal in hun gezicht. Fuller deed zijn zonneklep naar beneden en zette een donkere, fraai gestroomlijnde Oakley-sportbril op, die hem een enigszins sinister uiterlijk gaf. Hij keek Li grijnzend aan. ‘Tegenwoordig zowat verplicht voor iedere zichzelf respecterende FBI-agent. Nogal ondoorgrondelijk, hè?’ En toen herinnerde hij zich dat ze dat altijd van de Chinezen zeiden. ‘Eh... dat was niet beledigend bedoeld,’ voegde hij er snel aan toe.
    Li glimlachte bij zichzelf. ‘Zo had ik het ook niet opgevat.’
    ‘Daar ongeveer,’ zei Fuller. De weg voerde hen tussen kleine groepjes huizen van één verdieping door, langs groene gesproeide gazons en groepjes schaduwrijke bomen. Links adverteerde Pete’s BBQ House met als specialiteit gekookte rivierkreeft. ‘Je zult kennismaken met INS-agent Hrycyk. Het is een oen, maar jammer genoeg zullen we met hem moeten samenwerken. Hij... eh...’ Fuller wierp een zenuwachtige blik op Li, ‘... is niet zo dol op Chinezen.’
    Li haalde zijn schouders op. ‘Ik ben hier lang genoeg, agent Fuller, om te weten dat veel mensen niet erg dol op Chinezen zijn.’
    Fuller knikte gegeneerd, blij dat hij zich achter zijn zonnebril verschuilen kon. ‘Je zult ook de hoofdlijkschouwer ontmoeten. Aantrekkelijk genoeg, maar ik denk niet dat iemand van ons haar erg aardig zal vinden. Het is een keiharde, dr. Margaret Campbell.’
    Het was net of zijn ingewanden ergens achter Li op de weg lagen, en zijn hart bonsde zo luid dat Fuller het vast moest kunnen horen. Maar afgezien van wat kleur op zijn hoge, brede jukbeenderen verried zijn gezicht niets.



De Rivaal

Korte

Margaret Campbell en Li Yan zijn terug in China. Margaret is zwanger, maar woont in haar eigen appartement, dat de Volksuniversiteit van Openbare Veiligheid haar verschaft, terwijl Li Yan in het appartement woont dat hij vroeger met zijn oom Yifu deelde. Hun relatie wordt door de autoriteiten afgekeurd, maar desondanks stilzwijgend geaccepteerd.

Op de vooravond van een internationaal zwem- en atletiektoernooi tussen Amerika en China pleegt een zwemmer zelfmoord en wordt een gewichtheffer dood aangetroffen in het huis van een vooraanstaand lid van de organisatieafdeling van het Chinees Olympische Comité. Beide waren medaillekandidaten. In de weken ervoor waren ook al een wielrenner en drie sprinters van het estafetteteam omgekomen; de eerste bij een vreemd zwemongeval en de drie anderen bij een verkeersongeluk. Stuk voor stuk waren het topatleten. Li Yan vermoed een verband en gaat op onderzoek uit.

Hij krijgt echter weinig medewerking. Chef de mission Cai Xin – met een duister sportdoping-verleden – verbiedt zijn atleten met Li Yan en Margaret te praten, maar ook vanuit zijn eigen sectie ondervindt Li Yan tegenwerking. Hij blijkt een rivaal te hebben, zijn plaatsvervanger Tao, die op zijn baan uit is. Alleen de zeer getalenteerde hardloopster Dai Lily wil praten, maar dan alleen met Margaret. Ze lijkt de enige te zijn die de oplossing kent van het raadsel van de dode atleten. Plotseling echter is ze spoorloos verdwenen. Li Yan zal Dai Lily moeten zien te vinden als hij het mysterie wil oplossen, maar ook als hij zijn baan en de levens van andere atleten wil redden.

In dit boek maken we kennis met Margarets moeder en Li Yans vader, een mooie en boeiende manier om de lezer meer inzicht te geven in de Chinese cultuur. De Rivaal is weer een boek dat een angstwekkende blik biedt op iets wat realiteit zou kunnen zijn.

Passage

Sun Xi kwam binnen. ‘Ze vertelden me dat je er was.
Heb je even, commandant?’ Sun Xi was een jongeman van
nog geen dertig, die onlangs van Kanton – waar hij een fan-
tastische staat van arrestaties en opgeloste zaken had –
overgeplaatst was naar Beijing. Hij was nu, net als Li eens,
de jongste rechercheur van Sectie Een, die gespecialiseerd
was in het oplossen van Beijings zwaarste misdrijven. En hij
had, net als Li eens, tijdens enkele korte maanden in de sectie
al een indrukwekkend aantal zaken opgelost. Hij deed Li
erg aan zichzelf denken toen hij net zo oud was, hoewel Sun
extraverter was dan Li ooit was geweest. Hij lachte snel en
was zelfs nog sneller met zijn gevatte opmerkingen. Li had
onmiddellijk zijn kwaliteiten herkend en hem onder zijn
hoede genomen. Sun kleedde zich netjes. Zijn witte overhemden
waren altijd keurig gestreken, zijn geperste broek
viel over zijn glimmend zwarte schoenen. Zijn haar was
boven zijn oren kortgeknipt, maar bovenop was het langer,
met een scheiding in het midden, en het viel naar twee kanten
over zijn voorhoofd, boven dikke zwarte wenkbrauwen
en donkere ondeugende ogen. Het was een knappe jongeman,
en alle meisjes op kantoor deden hun best zijn aandacht
te trekken. Maar hij was al bezet.
‘Trek een stoel bij,’ zei Li, blij met de afleiding. En terwijl
Sun op de stoel tegenover hem ging zitten, vroeg hij:
‘En is Wen al op orde?’
Sun haalde zijn schouders op. ‘Je weet hoe dat is, commandant,’
zei hij. ‘Een meisje uit de provincie in de grote
stad. Ze weet niet wat haar overkomt. En de kleine schopt
haar nu zowat beurs.’ Net als Li hoopte Sun over een kleine
maand vader te worden, maar in tegenstelling tot Li had
men Sun al een appartement voor een gehuwde ambtenaar
aan de Zhengyiweg toegewezen, en zijn vrouw was net uit
Kanton aangekomen.
‘Heeft ze alles al geregeld voor de bevalling?’
‘Maak het een beetje! Je weet hoe vrouwen zijn. Ze is
nog aan het uitpakken. Ik heb nog een heel appartement
nodig om al haar kleren op te hangen.’
Li glimlachte. Hoewel hij Sun als zijn jongere versie
zag, waren ze met totaal verschillende vrouwen getrouwd.
Margarets kleerkast kon slechts als Spartaans beschreven
worden. Ze had een hekel aan winkelen. Hij zei: ‘Margaret
gaat al verscheidene maanden naar zwangerschapsgymnastiek
in de kraamkliniek. Misschien kan zij Wen van
advies dienen over waar ze naartoe moet, en naar wie.’
‘Ik denk dat Wen dat zeker zal waarderen,’ zei Sun.
Li zei: ‘Ik praat wel met haar.’ Toen leunde hij naar achter.
‘En wat heb je op je hart?’
Sun haalde een pakje sigaretten tevoorschijn. ‘Mag ik?’
‘Natuurlijk,’ zei Li aarzelend, en hij zag afgunstig hoe
Sun een sigaret opstak en een long vol rook uit zijn sigaret
zoog.
‘Ik moest eerder op de avond naar een verdacht sterfgeval,
commandant. Kort nadat jij was weggegaan. In het
zwembassin bij de Qinghua-universiteit.’ Hij grijnsde. ‘Jij
en ik noemen dat een zwembad.’ Hij nam nog een trek van
zijn sigaret en zijn glimlach verdween. ‘Blijkbaar zelfmoord.
Zwemkampioen. Hij werd verondersteld daar met het
nationale team te trainen voor de wedstrijden morgen tegen
de Amerikanen.’ Hij zweeg en keek Li aan. ‘Volg je sport?’
Li schudde zijn hoofd. ‘Niet echt.’
‘Nou, ze hebben de VS uitgedaagd en dat is deze week.
Twee dagen zwemevenementen in het olympische dorp en
drie dagen indooratletiek in het hoofdstedelijke, overdekte
stadion. De eerste wedstrijden ooit tussen China en Amerika.’
Li had er iets over gehoord. Vaag. Naarmate het evenement
dichterbij kwam, hadden de media er steeds meer
aandacht aan besteed, maar hij had er weinig belangstelling
voor.
‘Hoe dan ook,’ zei Sun, ‘die knaap brak wereldrecords,
van hem werd verwacht dat hij de Amerikanen met gemak
zou verslaan. Maar hij komt die avond een halfuur eerder
dan de rest voor de training opdagen. De beveiligingsman
bij de deur beweert dat hij hem nooit heeft zien binnenkomen.
Er is niemand, ook de coach niet. De zwemmer gaat
naar de kleedkamer en drinkt een halve fles cognac om zich
moed in te drinken. Vervolgens kleedt hij zich uit en hangt
al zijn spullen netjes in zijn kastje. Dan pakt hij een touw
van vijf meter en loopt in zijn adamskostuum naar het
zwembad. Hij beklimt de hoogste duikplank. Die is tien
meter hoog. Knoopt het ene eind van het touw aan de leuning,
maakt het andere eind met een lus om zijn nek vast en
springt. Vijf meter touw, een val van tien meter.’ Sun maakte
achter in zijn mond een knakkend geluid met zijn tong.
‘Zijn nek breekt, zo netjes als wat. Meteen dood.’
Er verspreidde zich een ijzig gevoel door Li’s maag. Als
digitale bytes op een computerschijf begonnen willekeurige
stukjes informatie plotseling in zijn hoofd onverwachte
reeksen te vormen. Hij zei: ‘Zijn er afgelopen maand in het
Xuanwudistrict ook niet drie leden van het nationale atletiekteam
bij een auto-ongeluk omgekomen?’ Hij had in The
People’s Daily het verslag gezien.
Sun was verbaasd. ‘Ja... dat klopt. Sprinters van het
estafetteteam.’ Hij fronste zijn wenkbrauwen. ‘Ik zie het
verband niet.’
Li stak zijn hand op, terwijl zijn brein de informatie
naliep, die het dagelijks opzoog, schiftte, catalogiseerde en
opborg onder Klaarblijkelijk niet belangrijk maar de moeite van
het bewaren waard. Misschien. Hij vond wat hij zocht. ‘Er was
een wielrenner... ik kan me zijn naam niet herinneren... Hij
was vorig jaar tijdens de Tour de France tweede of derde.
Nog nooit eerder had een Chinees zo goed gepresteerd. Hij
stierf een paar weken geleden tijdens een raar verdrinkingsgeval.’
Sun knikte en fronste weer zijn wenkbrauwen. Hij
begon nu ook het verband te zien.
‘En ik kom net uit een huis waar vanavond een
gewichtheffer tijdens de geslachtsdaad bezweek en overleed.
Een hartaanval blijkbaar.’ Het was dat het zo’n bizarre
gebeurtenis geweest was, anders had Li mogelijk nooit
gedacht dat er verbanden gelegd konden worden.
Sun gniffelde. ‘Dus jij denkt dat de Amerikanen onze
topatleten om zeep helpen, zodat zij alle medailles krijgen?’
Maar Li lachte niet. ‘Ik denk niets,’ zei hij. ‘Ik leg slechts
een paar feiten op tafel. Misschien zouden we ze moeten
bekijken.’ Hij herinnerde zich weer de woorden van zijn
oom Yifu. Onwetendheid erkennen getuigt van kracht. Kennis
negeren getuigt van zwakte. Hij zweeg een ogenblik. ‘Je zei
“blíjkbaar zelfmoord”.’
Sun leunde in het licht van Li’s bureaulamp. Sigarettenrook
kringelde om zijn hoofd. ‘Ik denk niet dat het zelfmoord
was, commandant.’




De Seriemoordenaar

Korte

De Amerikaanse patholoog-anatoom Margaret Campbell heeft definitief voor China gekozen. Ze woont nu – zonder de officiële toestemming van de autoriteiten – met Li Yan in het appartement dat hij vroeger met zijn oom Yifu deelde.

Li Yan heeft het als hoofd van Sectie Een drukker dan ooit, terwijl Margaret nu thuis zit om voor hun zoon Li Jon te zorgen. De consequentie daarvan is dat ze – tot haar verdriet – haar beroep niet kan uitoefenen.


De titel van het boek De seriemoordenaar spreekt voor zich: er waart een seriemoordenaar rond in Beijing. Zijn slachtoffers zijn jong, aantrekkelijk en allemaal gruwelijk verminkt. Tijdens het onderzoek blijkt dat de moordenaar de moorden van Jack de Ripper exact kopieert, wat hem de bijnaam de Beijing Ripper bezorgt.

De moordenaar is de politie steeds een stap voor, wat het onderzoek zeer bemoeilijkt, en gaandeweg blijkt dat Li Yan een vijand heeft, iemand met veel macht. Van alle kanten stort Li Yans wereld in. De moordenaar vinden is het enige wat hem en zijn familie nog kan redden.


Dit is het zesde deel van de China Thrillers, een boeiende reeks die naast het plot – ook dit maal weer adembenemend! – een venster biedt op het zich snel ontwikkelende, moderne China. Zoals altijd heb ik genoten van de verschillende karakters in het boek, met naast Margaret en Li Yan deze keer bijvoorbeeld ook Lao Dai, de vriend van Li’s oom Yifu, bij wie Li Yan enkele keren te rade gaat. Ook mooi is de toenadering in het boek tussen Li Yan en zijn vader.


passage

Het nieuwe visumgebouw lag tegenover de Dongzhimenbrug
aan de tweede ringweg. Met Li Jon vastgegespt in het zitje
voor op haar stuur was het te ver voor Margaret om te fietsen.
Het leven was eenvoudiger geweest toen het visumkantoor
nog in het oorspronkelijke, bouwvallige grijze bakstenen
gebouw aan de oostkant van de Verboden Stad zat, vijf minuten
van het appartement. In plaats daarvan zat het nu in een
monstruositeit van steen, glas en staal met twee torens, en op
een niet te drukke dag duurde de taxirit 25 minuten.
Haar taxi parkeerde onder het viaduct en de chauffeur
ging, terwijl de meter liep, zijn Beijing Youth Daily zitten lezen.
Margaret worstelde ondertussen met de buggy om hem uit de
kofferbak te krijgen. Ze was in een niet al te best humeur tegen
de tijd dat ze vier rijbanen verkeer overgestoken en een draaideur
gepasseerd was, die niet wilde draaien. En aangezien de
balies op de eerste verdieping lagen, was er ook nog de roltrap,
wat nooit makkelijk was met de buggy.
Het was druk in de hal die ochtend, met rijen voor alle
balies en harde stemmen die van marmeren vloeren en muren
echoden. Margaret stond tien minuten in de rij voor haar aanvraagformulier
en liep vervolgens naar de rij tafels. Ze ging
zitten en vulde het in. Li Jon werkte niet mee. Ze had hem
voor ze vertrok gevoed en verschoond, maar hij had ergens
last van en was de hele ochtend al dwars en zeurderig. Ze
hield zielsveel van hem, maar ze had moeite met die periodes
waarin hij onverklaarbaar chagrijnig was. Ze wist zeker dat ze
ooit een intelligent gesprek met hem zou kunnen voeren over
wat hem scheelde. Maar tot die tijd bleef het een kwestie van
raden. Darmkrampjes, tanden, buikpijn, honger, vieze luier.
Het kon van alles zijn. Ze klemde haar tanden op elkaar en
vulde haar formulier in.
Vandaag stond er een ongewoon lange rij voor de balie
Buitenland en ze moest bijna twintig minuten wachten eer ze
aan de beurt was, terwijl ze zich pijnlijk bewust was van de
meter in haar taxi, die elke seconde doortikte. Een ijzige, jonge
vrouw in een keurig geperst zwart politie-uniform, met haar
dat strak vanuit een pokdalig gezicht naar achter gekamd
was, vroeg om Margarets paspoort. Ze bestudeerde dat lange
tijd nauwkeurig en richtte haar aandacht toen op Margarets
aanvraag voor de verlenging van haar visum met een halfjaar.
Margaret wachtte ongeduldig, terwijl Li Jon nog steeds in de
buggy naast haar zat te klagen. Ten slotte gaf het meisje Margaret
haar formulier terug en wees met haar pen. ‘Nee,’ zei ze
vinnig. ‘Jij vul adres in hier.’
Margaret fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik heb mijn adres
ingevuld.’ Maar haar hart bonsde. Het adres dat ze ingevuld
had, was haar officiële adres in het appartementencomplex
voor stafleden van de Volksuniversiteit van Openbare Veiligheid
– een appartement waar ze al bijna een jaar niet meer
woonde.
‘Nee,’ blafte de visumagente weer. ‘Jij vul in verkeerde
plaats.’
Margaret keek weer naar het formulier en zag dat ze in
haar haast haar adres per ongeluk in de ruimte voor een vorig
adres ingevuld had. ‘Verdomme,’ mompelde ze. Ze streepte
het door en begon het in het juiste vakje te schrijven. Maar de
visumagente trok het formulier onder haar pen vandaan en
begon het te verscheuren.
‘Nee, nee, nee. Jij vul in nieuwe formulier.’
Margaret keek haar kwaad aan. Ze kon haar woede nauwelijks
bedwingen, of de bijtende opmerking voor zich houden
die op het puntje van haar tong lag. Het nieuwe China
werd nog steeds door de bureaucratie van het oude achtervolgd,
en de bureaucraten waren nog even onverzettelijk.
‘Zou je me dan een ander formulier kunnen geven, alsjeblieft?’
zei ze met op elkaar geklemde tanden.
‘Formulieren bij die balie,’ zei de visumagente en ze wees
naar de overkant van de hal, waar Margaret eerder in de rij
gestaan had. ‘Volgende.’ En de volgende in de rij probeerde
zich langs haar te wringen. Een grote, dikke, kalende Amerikaan
in een zakenpak.
Maar Margaret hield voet bij stuk. ‘Nee, ho even! Ik heb
voor een formulier in de rij gestaan. Ik heb het ingevuld. Jij
hebt het verscheurd. Ik wil dat jij me een ander formulier
geeft, en dan vul ik het hier in.’ Ze keek naar de rij weinig
meelevende gezichten achter zich. ‘En deze mensen kunnen
wachten.’
Maar de visumagente schudde haar hoofd en schoof Margarets
paspoort terug. ‘Geen formulier hier,’ zei ze.
‘In godsnaam, mens, haal een formulier,’ zei de dikke
Amerikaan. ‘Accepteer het nu maar, dit is China.’
Li Jon begon te huilen, alsof hij haar spanning voelde.
Margaret voelde haar bloeddruk omhoogschieten. Ze greep
de handvatten van de buggy, draaide de buggy om en reed
ermee naar de overkant. Ze had de pest in vanwege haar
nederlaag. Een kwartier later stond ze weer voor de balie Buitenland.
Ze schoof het zojuist ingevulde formulier over de
balie naar de uitdrukkingsloze visumagente, die niet liet blijken
dat ze zich iets van hun vorige ontmoeting herinnerde.
‘Paspoort,’ zei ze. Margaret gooide dat bijna naar haar toe.
Hoewel ze dat een kwartier geleden nog bekeken had, deed ze
dat nog eens uiterst secuur, alsof het voor het eerst was. Toen
bekeek ze het formulier, gedeelte voor gedeelte, uiterst nauwkeurig.
Margaret stond onbewogen toe te kijken, terwijl de
agente achter de balie gegevens in haar computer invoerde. Ze
stempelde het formulier vervolgens verscheidene keren en
schoof samen met het paspoort een ontvangstbewijs over de
balie. ‘Visum daar,’ zei ze, terwijl ze naar een jongeman in een
uniform wees, die verderop aan dezelfde balie zat. Alle mensen
die achter Margaret in de rij voor een visumaanvraag
gestaan hadden, stonden nu voor haar in de rij waar de visa
verstrekt werden.
Margaret leunde over de balie en zei: ‘Kippenpoten.’
De visumagente keek haar verbaasd aan. ‘Pardon?’
‘Iemand vertelde me eens dat die goed zijn voor de huid.
Je zou ze eens moeten proberen.’ Ze duwde Li Jon, die nog
steeds huilde, naar de andere rij. Het was kleinzielig, kinderachtig
zelfs, maar Margaret voelde zich er ietsepietsie beter
door.
Maar terwijl ze in de volgende rij stond, zag ze mejuffrouw
Kippenpoten met de slechte huid langs de balie lopen.
Ze fluisterde iets in het oor van de afgifteagent, een jongeman
die opkeek en snel zijn ogen langs de rij liet gaan. Zijn blik
bleef even op Margaret rusten. Hij knikte toen en richtte zich
weer op zijn computer. Het meisje ging naar haar plaats terug.
Margaret begon zich ongerust te maken. Toen ze eindelijk
vooraan stond, keek de afgifteagent niet eens op. Hij pakte het
ontvangstbewijs en haar paspoort aan, en zijn toetsenbord
rammelde toen hij de gegevens invoerde. Hij pakte een dun
velletje officieel papier uit het bakje, krabbelde daar iets op,
stempelde het toen met rode inkt en schoof dat over de balie
terug. ‘Kom terug over twee dagen voor paspoort,’ zei hij.
‘Wat?’ Margaret kon haar oren niet geloven.
‘Twee dagen,’ zei de afgifteagent. ‘Volgende.’
‘Ik heb nog nooit mijn paspoort hoeven achterlaten,’ zei
Margaret.
De man keek haar nu pas aan. Zijn gezicht stond kil en
onbewogen. ‘Jij wil visum, jij kom terug over twee dagen.
Oké?’ En hij pakte het paspoort reeds van de volgende in de
rij.
Margaret wist dat ze verslagen was. Ze keek de balie
langs en zag mejuffrouw Kippenpoten zelfgenoegzaam
lachen.


Peter May's
                                        Media Room
information for journalists